In zijn kantoor sieren gekleurde schilderijen de wanden, afgewisseld met een prikbord waar een enorme planning op prijkt van alle upcoming werkzaamheden in Het Industriegebouw. De zon schijnt aangenaam naar binnen. Huismeester Raymond Heijnen stelt geen hoge eisen aan zijn werkplek: “Als er maar koffie is,” begint hij. “En een radiootje.”

Sinds de wedergeboorte van Het Industriegebouw is Raymond de huismeester van het pand. Hij rent van hot naar haar. Van het checken van radiatoren tot het wegslopen van muren. Dat laatste doet hij overigens diep in de nacht, anders is hij de huurders teveel tot last en dat wil hij voorkomen. Vaak start hij om 4 uur ’s nachts en werkt hij vervolgens de gehele werkdag aan het verhelpen van problemen in het gebouw.

Over de sheriff zijn van het gebouw 
“s Avonds pleur ik om,” zegt hij terecht. “als ik mijn bed hier neer zou zetten, dan zou ik 24 uur door kennen gaan.” Een harde werker, dat is hij. Desalniettemin heeft hij veel plezier in zijn werk. “Het leukst vind ik het contact met de verschillende huurders. Soms ben ik streng, maar ik ben altijd in voor een geintje.” Door verschillende huurders wordt hij betiteld als sheriff, omdat hij van de hoed en de rand van het pand weet. “Ik vind het mooi om het gebouw in eren te herstellen, passend in de tijd van nu. Het hoeft niet te mooi afgewerkt te zijn, het mag een tikkie rauw blijven. Dat vind ik mooi.”

Hond, zoon, vakantie 
We vragen ons stiekem af of Raymond wel vrije tijd heeft? Niet veel, dat geeft hij eerlijk toe. “Maar als ik tijd heb ga ik graag wandelen met de hond, op pad met mijn zoon of op vakantie naar Turkije of Spanje.” En zolang hij aan het werk is als huismeester hoopt hij dat verschillende huurders elkaar kunnen bereiken en daadwerkelijk wat aan elkaar hebben. “Dat is het mooie aan dit concept. Ik hoop dat het pand snel vol zit met leuke huurders. Liefst geen zeikerds.”

Beeld: Titia Hahne

Tekst: Kim Stolk