In gesprek met Lagado
Interviews

In gesprek met Lagado

Drie kinderen, een eigen architectenbureau én de nodige side-schnabbel hier en daar. Victor Verhagen zit niet stil, maar de term stress lijkt niet voor te komen in zijn woordenboek. “Ik vind het denk ik gewoon heel leuk wat ik allemaal doe”, zegt de ras-optimist vrolijk halverwege ons interview. “En ik houd er een goede work-life-balance op na; ook niet onbelangrijk”. Hoe die levensstijl van Victor, die zich begin dit jaar met Lagado Architects bij de HIG-community voegde, eruitziet, lees je in onderstaand artikel.

“Zo leuk dat jullie me uitnodigden voor dit gesprek. Ik ben nog niet eens helemaal gesetteld in m’n nieuwe kantoor en nu kom ik al in de Dispatch, heel tof!”, begint Victor enthousiast. Zijn bedrijf Lagado architects verhuisde afgelopen januari van een verzamelpand in Delfshaven naar Het Industriegebouw. “Het was een prachtig monument op een mooie plek, maar mij veel te afgelegen. Daar kwam bij dat het community-gevoel ook heel ver te zoeken was. Er zaten heus hele leuke ondernemers, maar er waren geen gemeenschappelijke ruimtes of toffe programmering en dus sprak ik er nagenoeg niemand. In mijn zoektocht naar een nieuwe plek kwam ik HIG tegen. Dat ligt niet alleen gunstiger ten opzichte van het Noordereiland, waar ik woon, maar bruist ook van het leven. Dubbel winnen dus!”

Victor kletst verder: “Ik zit samen met Jasper, die ook architect is, in een Office op de vierde verdieping, maar ik run Lagado sinds ons afstuderen samen met mijn vrouw Maria. Omdat zij nu ook als stedenbouwkundige aan het werk is bij de gemeente Leidschendam-Voorburg, is haar rol bij ons bureau verschoven naar ‘co-founder en strategic advisor’. Ze bewaakt nog altijd de ontwerpconcepten en fungeert als mijn belangrijkste sparringpartner, maar als klant zal je het met mij moeten doen”, lacht hij. “Eigenlijk ben ik ben ik nu dus een soort ‘solopreneur’. We hebben net wel een stagiair uit Frankrijk aangenomen, dat wordt leuk. En er is plek voor zes, dus er is nog ruimte voor groei: een fijn vooruitzicht.

“Wij zijn een serieus buro voor speelse architectuur”, zegt Victor. Iets wat wij ons levendig kunnen voorstellen: achter zijn flitsende montuur glimmen twee pretogen. Er zijn weinig huurders die zo lekker soepel wegkletsen als hij. “Zelfs de naam is een ode aan de luchtigheid. Lagado is een fictieve stad in het boek Gulliver’s Travels van Jonathan Swift uit 1726. In die stad bevindt zich de Academy of Projectors op een soort luchtkasteel, waar nogal vreemde experimenten worden uitgevoerd. Denk aan een econoom die met 30 man, 30 jaar lang onderzoekt hoe je niet kunt werken. Of een natuurkundeprofessor die kussens maakt uit marmer. Ikzelf sloeg natuurlijk aan op de architect die probeert huizen te maken beginnend bij de nok en eindigend bij de fundering. Het is een verhaal over out of the box denken; geweldig!”

“Lagado begon precies zo”, vervolgt Victor. “Lekker go with the flow. Ik studeerde Geografie aan de Universiteit Utrecht en vond dat te abstract”, zegt hij. “Ik zat steeds een beetje om me heen te kijken naar al die bijzondere gebouwen op de Uithof en langzaamaan bekroop me de gedachte dat ik echt niet goed zat. Toen ben ik overgestapt naar HBO Bouwkunde; misschien wel een ‘stap terug’, maar ik ben er achteraf heel blij mee. Ik heb er namelijk een hele set praktische skills geleerd, zoals écht goed tekenen. Toen ik later naar de Uni ging bleken die goed van pas te komen tussen al die conceptuele koppen.”

“Ayway, Maria en ik waren net afgestudeerd, toen we na ons eigen initiatief werden gebeld door de Gemeente Rotterdam of we een skatepark wilden realiseren op een verloederd stukje aan de Heemraadsingel. ‘Zijn jullie een bedrijf?’, vroegen ze. ‘Natuurlijk’, zei ik, en ik ben als de wiedeweerga naar de Kamer van Koophandel gefietst. Al snel volgde de herindeling van het skatepark aan de West-Blaak en daarna kreeg mijn vrouw een opdracht voor een huis in Griekenland, waar ze vandaan komt.”

“Na een vliegende start bleek het – zo midden in de crisis – toch wat moeilijk om aan de lopende band grote opdrachten binnen te halen. Gelukkig waren we altijd pragmatisch, dus hebben we, naast ons eigen bedrijf, ook ‘echte banen’ gehad. Zo heeft Maria een poosje bij MVRDV gewerkt en ik bij ontwerpteam voor de uitbreiding van de Rietveld Academie en de Welstandscommissie. Ik ben nu nog steeds een ochtend per week welstandslid; heel leerzaam en leuk. Ons uitgangspunt is: je moet een anker hebben, een boei waar je op drijft, zodat je daarnaast kunt doen wat je écht heel leuk vindt.”

Victor glimlacht: “En wat ik écht leuk vind, heb ik door de jaren heen stukje bij beetje uitgevonden. Ik heb me beziggehouden met landschapsontwerp, reguliere architectuur, transformatie, nieuwbouw, verbouw en interieur. Die laatste twee krijgen langzamerhand de overhand in mijn werk. Dat komt omdat er veel vraag is naar verbouw en omdat die opdrachten vaak komen van positieve, lieve, relaxte mensen, vaak van mijn eigen leeftijd, die echt op zoek zijn naar iets leuks. Ze hebben geen enorme bak geld, willen geen extreme luxe, maar kleurrijke, slimme oplossingen die persoonlijkheid geven aan de ruimtes en het dagelijks gebruik écht verbeteren. Als ze in hun zoektocht dan Lagado tegenkomen, past dat vaak als een handschoen. Ik vind het heerlijk om met dit soort mensen samen te werken, het persoonlijke contact maakt voor mij een project de moeite waard.

“Dat de vraag zo goed aansluit op wat we doen, komt denk ik doordat een van onze sleutelprojecten ons eigen huis is. Daarin komt alles wat de Lagado-signatuur vormt goed naar voren: veel kleur, speelse vormen, strakke lijnen en veel diepte. Toen we klaar waren met onze studies, kregen we de kans om een nieuwbouwhuis te kopen op het Noordereiland in een gemeenschappelijk bouwblok met een hofje. We wilden er kunnen werken, maar ook kunnen spelen met ons groeiende gezin. Het blikveld van kinderen is zo interessant, de manier waarop zij ruimtes zien en gebruiken is echt heel inspirerend. Een andere inspiratiebron was Maria’s Griekse achtergrond. Daar wordt veel gebruik gemaakt van contrasterende materialen en kleuren, wat veel vrolijker oogt dan onze strakke interieurs. Ik vind Nederlandse architectuur vaak erg terughoudend. Wij zoeken juist iets meer vrijheid in vorm, kleur en materiaal.”

Enthousiast vertelt Victor verder: “Het kantelpunt was tijdens Corona. Toen iedereen thuis ging werken, werd ons eigen huisproject opgenomen op architectuurblog Dezeen. Die exposure zorgde ervoor dat we van alle kanten aandacht kregen. We stonden in het Volksrant Magazine en kwamen op Binnenstebuiten TV. Daar kregen we natuurlijk veel opdrachten uit. Ik werk nu gemiddeld aan acht projecten naast elkaar en de vragen komen uit het hele land, variërend van interieur tot nieuwbouw. Inmiddels staan we, naast ons kleurgebruik, bekend om onze uitgesproken gevormde interieurblokken: een soort mini-gebouwen in een ruimte om een gelaagd effect te bereiken. Het zijn kleine werelden binnen bestaande ruimtes.”

“Twee projecten die ik naast ons eigen huis graag wil uitlichten zijn die voor het lokale Suribroodjesfenomeen Chinny en het Weelchair House waar ik nu aan werk. Bij Chinny bedacht ik me al op de fiets ernaartoe dat ik iets wilde doen met de kleuren van het eten. Kerriegeel, het roze van ingelegde uien en ook het palet van beroemde Fernandesblikjes. Ik ben zo blij met het bonte resultaat!”

“Weelchair House is een heel opmerkelijk nieuwbouwproject voor een superleuk stel. Zij zit een rolstoel, hij niet. Voor haar is er een lift, voor hem een trap: die staan voor zij en hij. Het is een soort ying-yangproject: alles is complementair aan elkaar. De overloop is de steunpilaar van het huis en daaromheen bevinden zich alle kamers. Omdat de lift zo duur is ten opzichte van de trap, maakte hij de grap dat hij voor datzelfde geld nog wel zes verdiepingen trap zou kunnen hebben. Dat resoneerde zo, dat ik de trapvorm overal terug heb laten komen als een heel esthetisch, maar ook hyperpersoonlijk patroon”, grijnst Victor.

Inmiddels hebben Victor en zijn vrouw aan meer gebouwd dan alleen maar architectuur; samen hebben ze drie kinderen van 9, 6 en 4. “Ik vind het heerlijk, zoveel mensen om me heen. Daarom ben ik ook zo blij met HIG. We hebben er heel bewust voor gekozen om geen koffiehoek op ons kantoor te nemen, zodat we echt gedwongen worden om naar de gemeenschappelijke ruimtes te gaan. Even je ogen van het scherm af, een wandelingetje maken, een beetje pingpongen en wat socializen. Dat voelt goed en gezond! Ik vind de kleuren in het gebouw en de monumentale wenteltrap heel gaaf. Het is groots en licht, je kunt hier goed ademen. We hebben ons eigen plekje en nog een zee aan fijne ruimte erbij; wat een rijkdom.