MVRDV een decennium bij HIG
Interviews

MVRDV een decennium bij HIG

In 2025 bestond Het Industriegebouw 10 jaar in z’n huidige vorm en omdat al snel na de aankoop van het pand de eerste huurders plaatsnamen, is het tijd om de balans op te maken: wie groeide en bloeide er met ons mee viert dit jaar z’n eerste decennium bij HIG? We starten de reeks met MVRDV. “Een van HIG’s oudgedienden”, aldus medeoprichter Jacob van Rijs.

Via de ronde balie en de neongele trap worden we door Jacobs assistent Rory naar de ‘camel room’ geleid, alwaar we plaatsnemen in een van de klassieke Gispen-fauteuils. “Toen we tien jaar geleden bij HIG kwamen huren, hebben we voor het eerst eens aandacht besteed aan het interieur van ons kantoor”, begint Jacob zijn verhaal. “Daarvoor waren onze studio’s altijd een beetje van het kaliber ‘de kinderen van de schoenmaker lopen met gaten in hun zolen’. Dus hebben we destijds een interieurconcept bedacht, wat grappig genoeg het begin vormde van ons interieurteam en dat is momenteel dan weer onze snelst groeiende business.”

“Zoals je ziet heeft iedere meetingroom z’n eigen kleur gekregen, met bijpassend meubilair en karakter. We zitten nu in de camel lounge, die een hele neutrale, kalme sfeer afgeeft. In de boardroom is alles blauw en in de oranje kamer ziet iedereen er een beetje gespray-tanned uit”, lacht Jacob, “alsof je net terug bent van vakantie. Het grappigst is de zwarte ruimte, die het cliché van de architectencoltrui een heel nieuwe lading geeft. Draag je er uitsluitend zwart, dan zie je alleen je hoofd.”

Speels en jong; zo oogt Jacob en zo oogt ook MVRDV. Toch bestaat zijn gerenommeerde architectenbureau inmiddels al meer dan 30 jaar. “Ik ben de VR in MVRDV. Onze bedrijfsnaam is een acroniem voor (Winy) Maas, (Jacob) van Rijs en (Nathalie) de Vries. We leerden elkaar kennen tijdens de studie Bouwkunde en begonnen naar aanleiding van een prijsvraag ambitieus, maar ook redelijk nietsvermoedend. Ik bedoel, we deden alles zelf: van projecten scouten tot ontwerpen uitwerken en van de post naar de brievenbus brengen tot boodschappen doen. Wie me toen had verteld dat er 30 jaar later 250 mensen bij ons zouden werken, had ik niet geloofd.”

Jacob vertelt verder: “Afijn, na een poosje kwam er één personeelslid bij. Een belangrijk project waar we in die beginfase aan tekenden, was Villa VPRO in Hilversum. Het leuke was dat zij een architect zochten zónder ervaring. Wij pasten destijds perfect in dat profiel en wisten de opdracht in de wacht te slepen. Toen het gebouw in 1997 werd opgeleverd, zorgde het meteen voor reuring, want het ontwerp gaf ons wat naamsbekendheid in het buitenland. Al snel mochten we onze internationale carrière kickstarten met het Expo Paviljoen van Nederland in Hannover.”

“En vanaf daar is het, zeg maar, een beetje geëscaleerd”, grinnikt Jacob, “want inmiddels hebben we kantoren in Berlijn, Parijs, Shanghai en zijn we ook aan het opstarten in New York. Azië is een belangrijke markt voor ons, vandaar ook het aanzienlijke aantal Chinese en Koreaanse collega’s. We werken daarnaast veel in Canada; dat is een land dat ons goed ligt. Toronto lijkt qua karakter een beetje op Rotterdam; dat vinden we fijn. In de kern blijven we namelijk een echt Rotterdams bureau! Daarom is het extra leuk dat we juist hier een heel aantal markante projecten hebben mogen neerzetten. Een daarvan was voor ons echt een gamechanger, want wat dat teweeg bracht noemen we intern nog altijd het ‘Markthal-effect’. Dat gebouw had zo’n enorme impact. De vraag naar onze projecten nam in één keer gigantisch toe, wat natuurlijk op z’n beurt resulteerde in een enorme aanwas in het team. We schoten van de 30, 40 man ineens door naar de 100.”

Jacob vervolgt: “Daar hadden we een nieuw kantoor voor nodig en zo kwamen we bij Het Industriegebouw terecht, een jaar nadat Luuk en Esther het pand hadden aangekocht. Het Achterklooster was toen nog een soort Bermuda Driehoek voor mij: ik had er nog nooit van gehoord. De komst van HIG-ondernemers en de ontwikkeling van de Hoogstraat liepen de afgelopen tien jaar zo gelijk op dat het binnen no-time een ontzettend leuk stukje stad is geworden, met een prettige atmosfeer, waar wij goed bij blijken te passen. Dus bleven we: we begonnen met het middenstuk van de laagbouw, maar ons team bleef maar groeien, dus inmiddels horen ook de twee zijvleugels erbij. Heel prettig is dat als we gasten hebben, we meteen even met ze langs de Markthal kunnen lopen!”

“Het Industriegebouw zelf is een heel fijn, robuust gebouw met een mooie structuur, die ruimte geeft voor verduurzaming. Het kan dus, mits goed aangepakt, nog heel lang mee. Ik ben het gebouw in de loop van ons decennium hier steeds meer gaan waarderen. Ik geloof zelfs dat er meer dan eens invloeden van Het Industriegebouw in onze eigen projecten zijn gaan zitten”, zegt hij met een glimlach.

“Enfin, het is best raar om zo hard te groeien”, legt Jacob uit, “Winy, Nathalie en ik hebben alle drie verschillende ‘banen’ gehad. Zo heb ik een tijdje de rol van managing director gespeeld.” Hij lacht, “nee, nee niet gespeeld, ik was het écht, maar het voelde misschien wel een beetje als een rol die niet de mijne was. Ik ben blij dat we daar nu iemand op hebben zitten die het gewoon ís. Dan kan ik me weer concentreren op wat ik graag wil doen. Ik kan gelukkig weer steeds meer direct betrokken zijn bij projecten. Dat vind ik ontzettend leuk. Maar goed, je hebt maar 24 uur in een dag, dus je zult toch een hoop op anderen moeten vertrouwen.”

“Het cliché is natuurlijk dat er bij architectenbureaus niet 24, maar 48 uren in een dag moeten passen, met andere woorden: dat de werkdruk groot is. Gelukkig zijn de tijden veranderd en is er meer aandacht voor een gezonde work-life balance. Ik denk dat wij als werkgever moeten voorkomen dat mensen het gevoel hebben dat het altijd maar doorgaat. Natuurlijk zijn er piektijden, maar we proberen altijd een ontspannen sfeer te waarborgen. Sowieso moet je goed voor je team zorgen, vind ik.”

“Er is de afgelopen tien jaar een hoop gebeurd: in Rotterdam hebben we het Depot van Museum Boijmans van Beuningen ontwikkeld en zijn we as we speak bezig met het bouwen van woontoren de Sax op de kop van Zuid. Daar zijn we in 2017 mee begonnen en nu pas gaan de eerste palen de grond in. Gek eigenlijk hè, dat er zo’n tijd overheen gaat? In het buitenland zitten we ook niet stil: volgende week ga ik naar China om bouwplaatsen te bekijken, dat soort trips zijn heel intens en opwindend. Je moet je een andere markt eigen maken en je leert telkens nieuwe dingen. Iedere keer denk ik: waar ben ik nu toch weer in beland? Dat is toch heerlijk, om steeds weer zo verwonderd te raken? Ik zie ieder project als een eigen avontuur!”

Trots zegt Jacob: “We zijn inmiddels projectnummer 1500 voorbij en hebben bijna op ieder continent iets mogen bouwen. Alleen Australië ontbreekt nog. En in Afrika zou er met de grote verstedelijking wel meer behoefte zijn aan interessante bouw. Overigens doen we niet alleen publieke projecten en woningen, maar ook transformaties en, zoals ik eerder al even aanstipte, interieur. De invulling van ons eigen kantoor vormde het begin van ons interieurteam en ik durf wel te zeggen dat zij nu onze snelst groeiende afdeling vormen. Dat is onder meer het directe resultaat van een project dat we in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam deden. Daar werden we gespot door een aantal luxe merken die ons vervolgens strikten voor hun winkelontwerp. Dat vraagt echt een heel andere manier van denken dan reguliere architectuur: veel meer gericht op stijl en materiaal en bovendien met verstand van dingen als de customer journey Heel leuk dat we onszelf hiermee weer mee mogen verrijken.

Hij besluit: “Hoewel we nu nog volop in MVRDV staan, hebben Winy, Nathalie en ik ook niet de eeuwige jeugd. Het is daarom wel fijn om een beetje te weten hoe je bedrijf verder zal gaan als jij eruit stapt. Daarom werken we – al sinds een hele tijd - met een viertal jongere partners die naast aandelen, ook heel wat verantwoordelijkheden dragen. Wat ik een mooi idee vind, is dat in veel gevallen onze gebouwen mij en mijn partners zullen overleven; zoals Het Industriegebouw bij Maaskant en van Tijen. Helemaal nu gebouwen steeds duurzamer worden, is de kans groot dat ze er, net als HIG, over 75 jaar nog staan…”