Geen HIG-jubileum zonder Piet Hein Eek. Hoewel zijn studio, werkplaats, winkel, restaurant, expositieruimte én hotel zich helemaal in Eindhoven bevinden, is zijn werk onlosmakelijk verbonden met Het Industriegebouw. Misschien was je erbij toen hij de Units bouwde, misschien denk je Piet Hein wie? Daarom stellen we hem heel graag (opnieuw) aan je voor!
Tien jaar geleden ontwierp hij het iconische interieur van de co-working spaces dat nog steeds staat als een huis. Transparant en toch besloten en een warme, houten aanvulling op de verder zo functionele modernistische betonconstructie. Als we Piet Hein Eek inbellen vanuit Eindhoven om hem te vragen hoe hij betrokken raakte bij het herontwerp van Het Industriegebouw, klinkt er enthousiast uit de speaker:
“Ik kan uuuren vertellen over hoe dat zo gekomen is, maar laten we bij het begin beginnen. Ik studeerde af in 1990 met een meubelcollectie van sloophout. Kom je daar nu mee, dan denk je: ja, en? Maar destijds was het gebruik van sloophout iets waar mensen van schrokken. Zulk ruw materiaal was in de jaren ’90 echt heel avant-gardistisch, dus als ik al zo’n stuk verkocht, dan was het aan mensen die ruim van geest waren en er bovendien echt iets voor over hadden. Het was erg tijdrovend: telkens als ik een stuk verkocht, moest ik het hout bij elkaar sprokkelen en het on the spot maken. Dan kon ik weer een tijdje vooruit. Ik wist de boel financieel op nul te houden en ondertussen bleven we experimenteren. Dat vonden we namelijk het allerleukst.”
Wie is we? “Oja excuus, mijn compagnon Rob Ruijgrok en ik. Decennialang hebben we samengewerkt en de meest bijzondere spullen gemaakt. Over bijzonder gesproken: de groei van het bedrijf is ook opmerkelijk gelopen en dan bedoel ik eigenlijk: heel langzaam…”, schatert Piet door de telefoon. “Ik vind het eigenlijk leuker om dingen te ontwerpen en allerlei nieuws te maken dan om de moeite te doen om het te verkopen. Maar wat dan wel weer mooi is, is dat we onder een dak alles zelf ontwerpen, produceren en verkopen. Ook dat was in de jaren ’90 een unicum, gezien de wereldwijde tendens van goedkope massaproductie die nog volop gaande was. Best treurig eigenlijk, want het ene na het andere ambacht verdween en goedkope, anonieme productie vierde hoogtijd. Met verschrikkelijke gevolgen: gekkekoeienziekte in de foodindustrie, kinderarbeid in de modebranche, gekapte regenwouden in de meubelsector en ga zo maar door.”
“Gelukkig ging men er op den duur met andere ogen naar kijken en groeide er een nieuwe waardering voor transparantie, kwaliteit en eerlijke productie. Desondanks is mijn manier van maken nog altijd redelijk uniek, omdat het niet per sé erg lucratief is”, zegt Piet bijna verontschuldigend. “Wij produceren echt op een totaal andere manier dan de meeste makers. Niet veel ondernemers houden het op deze manier vol als ze niet een uitstekend salesteam hebben. Sinds ik ook ruimtes heb die ik verhuur, is de balans gelukkig wel beter. Dat geeft me rust.”
Nog even terug naar de beginjaren, Piet, waarin de mensen die jullie ontwerpen tof vonden op één hand te tellen waren. Was dat ook het moment dat je HIG-eigenaren Luuk Schotsman en Esther Dubbeldam leerde kennen?
Piet: “Klopt, zij kwamen bij mij uit door de publiciteit rondom mijn meubels en hadden interesse in mijn design, dat niet zo kil en klinisch was als de meeste ontwerpen in die tijd, maar juist iets warms had. Zodoende vroegen ze mij om hun interieur thuis te ontwerpen. We begonnen met een hele robuuste keuken, wat voor hen een heel belangrijk onderdeel van het huis was. Het is heel leuk om mensen te leren kennen door hun wensen en manier van leven. Luuk heeft bijvoorbeeld de bijzonder aimabele eigenschap om een enorm vertrouwen te leggen in degenen bij wie hij een opdracht uitzet. Dan moet je het natuurlijk niet verknallen, maar dat wil je ook niet voor iemand die je zo de vrije hand geeft. Daar ga je vanzelf extra hard je best voor doen! Vanaf dat eerste moment hebben we eigenlijk nooit meer geen contact gehad. Langzamerhand werd de doorlopende samenwerking een vriendschap. Je zou best een boek kunnen maken over wat wij allemaal samen gemaakt hebben.”
“Toen Het Industriegebouw in beeld kwam vroegen ze me om mee te schrijven aan het ontwerpplan. Dat betrof de herinrichting, maar ook de herwaardering van het pand in z’n stedelijke context. Placemaking, if you will. Strategisch denken in ieder geval; heel leuk om daarbij betrokken te zijn. Wat betreft het interieur maakten we een redelijk modulair plan voor de werkruimtes. Verder stond transparantie voorop, een factor die het community-gevoel versterkt. De kleuren waren gebaseerd op het onderzoek naar de tinten die gebruikt waren in het oorspronkelijke ontwerp.”
“Wat ik graag nog even wil benadrukken”, vervolgt Piet, “is dat Het Industriegebouw door Maaskant en van Tijen echt fantastisch goed gebouwd is. Er zijn bijna geen panden van deze kwaliteit meer te vinden. Toen ik er voor het eerst binnenstapte, zei ik tegen Luuk en Esther: jullie hebtben een lot uit de loterij gekocht, jongens!”
Wat maakt het ontwerp voor jou zo uitzonderlijk Piet? “Er is in Nederland bijna geen kantoor-architectuur te vinden die zoveel rekening houdt met z’n gebruikers. Bij HIG zit ‘m dat in de betonstructuur in een U-vorm, met aan de binnenzijde lange galerijen, waardoor je eigenlijk altijd door ‘publiek gebied’ naar je werkplek loopt. Dat geeft het een heel intieme, inclusieve sfeer en is een uitstekende voedingsbodem voor het gedijen van een ‘community’. Aan de binnenzijde komt iedereen samen, zonder dat je bij elkaar de deur hoeft plat te lopen. En het grappige is, dat ondanks dat het gebouw volgend jaar z’n 75ste
verjaardag viert, het nog altijd ongelooflijk modern is.”
“Ik ben blij dat we met ons kennen en kunnen een bijdrage hebben kunnen leveren aan de nieuwe start van HIG. Toen wij het bouwplan hadden geleverd en de eerste fase hadden uitgevoerd, is er daarna steeds meer door het onderhoudsteam van HIG uitgevoerd. Piet Hein Fake, noemen jullie dat geloof ik”, zegt hij lachend. “Maar van het een komt vaak toch weer het ander. Het is natuurlijk niet vanzelfsprekend, maar Luuk, Esther en ik vinden elkaar toch altijd wel weer en dat vind ik fijn, want ik werk het liefst mijn hele leven met dezelfde mensen mits het klikt. Mijn doelstelling is dat je uiteindelijk op elkaars begrafenis moet kunnen komen. Maar ik hoop wel dat dat in ons geval nog even duurt…”


