Misschien ken je Schone Zaak! niet van naam, toch heeft inmiddels zo ongeveer iedere Rotterdammer weleens met hun diensten te maken. Zo ook bij HIG! Dagelijks maken vier vaste teamleden hun ronde door het gebouw, zodat iedereen vanuit een schoon kantoor kan knallen. Om helemaal in de frisse voorjaarsmood te komen is Schone Zaak! deze keer aan de beurt voor onze In de buurt-rubriek.
Als er iemand ondernemerschap uitstraalt, is het eigenaar Laamia Elyounoussi. Van de manier waarop ze haar koffie drinkt, tot de wijze waarop ze casual dropt dat ze haar bedrijf 17 jaar geleden begonnen is. “Tja”, zegt Laamia vrolijk, “soms schrik ik er zelf van als ik het getal hardop uitspreek. Zeventien jaar! En wie had gedacht dat Schone Zaak! zou staan waar het nu staat? Ik kon dat toen alleen maar hopen”, zegt Laamia. “Kijk, het ondernemen zit me niet in het bloed, dus ik denk dat het puur doorzettingsvermogen is geweest. Ik wilde zó graag dat mijn idee zou slagen. En ik durf inmiddels wel te stellen dat dat aardig aan het lukken is...”
Om de context van Schone Zaak! te snappen moeten we een flinke poos terug in de tijd.
Laamia: “Toen ik de zaak oprichtte was ik negenentwintig. Best jong, maar tegen die tijd had ik er zelf al een hele reis op zitten. Je moet weten dat ik op mijn veertiende vanuit Marokko naar Nederland migreerde, een vrij cruciale leeftijd als het gaat om zelfontwikkeling. In Marokko ging ik hartstikke lekker op school, maar toen ik hier kwam, sprak en las ik geen woord Nederlands. Dat sloeg nogal een deuk in mijn zelfvertrouwen, want stel je eens even voor dat je op je veertiende opeens weer woorden als ‘aap’ en ‘banaan’ aan het leren bent. Vreselijk! Ik kon ook amper oefenen, want iedereen in mijn directe omgeving, zoals familie en buren, sprak Arabisch tegen me. Zo kwam het dat ik met veel moeite de MAVO afrondde en niet aan een vervolgopleiding begon. Sterker nog, tot mijn eenentwintigste heb ik amper een woord Nederlands gesproken.”
Wat zorgde ervoor dat daar verandering in kwam?
Laamia antwoordt: “Die credits gaan naar familievriend Vincent, die mij rond die tijd onder zijn hoede nam. ‘Dit is zo zonde Laamia’, zei hij. Hij was het die me naar taalles heeft gestuurd en later ook logopedie heeft aanbevolen om van mijn accent af te komen. Op dat moment was ik nog altijd best rebels, maar achteraf snap ik wat hij ermee wilde bereiken. Vincent bleek niet alleen mijn mentor, maar ook de grote motivator bij het opzetten van mijn eigen bedrijf.”
Laamia vervolgt: “Ik werkte zelf in de schoonmaak en hij motiveerde me om te gaan ondernemen. Ik bleef in dezelfde branche, maar dacht wel: ik ga het anders doen! Mijn plan was om te gaan werken met mensen die, net als ik vroeger, de taal niet spraken en om hen dan te empoweren door ze van een opleiding te voorzien. Ik weet uit ervaring hoe het niet beheersen van een taal een belemmering kan vormen voor je carrière en ook voor je sociale en emotionele leven. Kansen niet krijgen, of niet pakken, doet heel veel met je. Je blijft daardoor binnen je eigen bubbel leven, waardoor je visie en je potentieel heel beperkt blijven. Ik ben er trots op dat het is gelukt om iedereen die wij aannemen van zowel werk, als van Nederlandse taalles, een inburgeringscursus en schoonmaaktrainingen te voorzien.”
Hoe ging dat toen en hoe gaat het nu?
Laamia zegt: “Ik begon heel bescheiden in mijn eentje. Op papier was mijn bedrijf al een feit, maar ik had nog geen enkele klant. Daarom ben ik de eerste maanden hoogstpersoonlijk de deuren afgegaan bij industrieterreinen en bedrijven. Dat leverde meer dan 50 keer een dichte deur op; totdat ik ineens werd teruggebeld door de Impact Hub op de Heemraadssingel: of ik op gesprek wilde komen? Bingo, dat was het eerste pand waar we twee keer per week mochten komen schoonmaken. En met ‘we’ bedoel ik eigenlijk ik”, lacht Laamia, “want ik had dus nog geen personeel en stond daar gewoon zelf te boenen. Zo ging het de eerste twee jaar: schoonmaken en netwerken. Stukje bij beetje bouwden we een wat groter klantenbestand op en kon ik een eerste dame aannemen. Zij 20 uur en ik 20 uur, en van daaruit verder. Inmiddels hebben we zo’n 160 klanten, verspreid over kantoren, scholen en horeca, maar zonder uitzondering in Rotterdam. We maken onder meer schoon bij Station Bergweg, Old Dutch, Stooges’ en natuurlijk HIG. Verder telt Schone Zaak! momenteel een team van 82 collega’s, waarvan 60% vrouw en 40% man. Mannen zijn heel goed in schoonmaken! Vrouwen letten meer op details, maar mannen zijn uitstekend in het grove boenwerk.”
Hoe recruit je die specifieke doelgroep als ze geen overkoepelende taal spreken?
Laamia: “Het grappige is dat we tot op de dag van vandaag nog nooit een vacature hebben hoeven plaatsen. Er is altijd wel weer de neef van de vriendin van de buurvrouw van… Inmiddels werken er mensen van 19 nationaliteiten bij ons: Ghanees, Marokkaans, Portugees, Kaapverdisch, Surinaams, Turks, Arabisch, Pools, Eritrees, you name it. Ons kantoor, dat je eigenlijk bijna meer kunt zien als een woonkamer, is hun thuishonk. Er staat een groot kookeiland en het is zo ingericht dat ze er verjaardagen en babyshowers kunnen vieren of samen het WK kunnen kijken. Iedere laatste vrijdag van de maand hebben we een kantoorborrel en dan nemen ze iets te eten mee uit hun eigen cultuur.”
“Over ons kantoor gesproken”, zegt Laamia, “beneden bevinden zich de lokalen waar onze medewerkers taal- en schoonmaakles krijgen. Taalles volgen ze dedicated twee keer per week, soms twee of drie jaar lang. Nederlands is ook niet makkelijk”, zegt Laamia. “Schoonmaakcursussen zijn ook verplicht, ten eerste omdat starters geen ervaring in het veld hoeven te hebben, maar ook omdat het écht een vak apart is. Al ben je thuis een ster in poetsen, het is iets heel anders om een kantoor of horecazaak professioneel te reinigen. Bovendien is het fysiek werk, dus krijgen onze collega’s ook tips over ergonomie om hun lichaam zo goed mogelijk te kunnen ontzien. We willen natuurlijk niet dat ze hun knieën of rug verslijten.”
Jullie zijn al zo mooi bezig, hebben jullie nog doelen te behalen in de toekomst?
“O, jazeker”, knikt Laamia, “Schoonmaken is over het algemeen een vrij eenzaam beroep: in je eentje in een leeg kantoor voor of na kantoortijden, wanneer de rest van de wereld z’n sociale leven leeft. Ik ben er daarom ook helemaal voor dat we in de toekomst alleen maar overdag schoonmaken. Niet in de laatste plaats omdat reguliere werktijden heel fijn zijn voor het personeel, maar ook omdat het meer wederzijds begrip en meer sociaal contact oplevert. Even die erkenning, even dat praatje; dat zorgt ervoor dat mensen de schoonmaak niet zomaar voor lief nemen. Zien werken, doet werken, dus mensen zullen zo sneller hun gevallen kop koffie opruimen of de vaatwasser eens leeghalen. Wat ik ook belangrijk vind, is dat onze schoonmakers door overdag aanwezig te zijn op bepaalde manier onderdeel worden van een organisatie. Daardoor voelen ze zich meer gegrond en verbonden.”
Laamia besluit: “Het lijkt me een mooi doel als mensen hun vaste schoonmakers gaan zien als collega’s met een andere functie!”
Schone Zaak! | Vondelweg 244
www.schonezaak.nl

